Omnibus DOOS bevat "Boomhuttentijd",
"Mijn bed is een boot" en "Mijn hondenjongen"

oktober 2010

 

Boomhuttentijd (1999)

Net wanneer vader meer tijd voor hem heeft en de belofte van wel drie jaar geledengaat nakomen, stopt het leven van Thomas. Iedereen in huis gaat op een andere manier met dat verlies om. Moeder vecht tegen de slaap, bekijkt zijn foto’s en leest de boeken die hij las.
Vader werkt achter in de tuin de waarheid weg.
Tim is nog maar zes en probeert het te begrijpen.
En Lies, zij zoekt en vindt de waarheid, want zij sprak met Robin, zijn beste vriend. 

Fragment:

Lies

‘Ik weet niet meer op welke liedjes we dansten’, zei Robin. ‘Toen ik eindelijk terug naast Thomas aan de bar ging zitten, was ik helemaal ondersteboven. “Ze ruikt naar de bloemen bij mijn oma in de tuin”, zei ik opgewonden, en hij glimlachte even. Toen merkte hij koeltjes op dat hij niet wist hoe de bloemen bij mijn oma geurden. Ondertussen kwamen er nog een paar jongens uit onze klas aan de bar zitten. De etters. Ze maakten een hels kabaal, en ik zag de onrust in Thomas’ ogen. Ik wist wat er komen ging. Borre keek heel de tijd uitdagend naar Thomas. Thomas deed alsof hij het niet zag en frunnikte zenuwachtig aan een bierviltje. Maar liefst van al wilde hij weg. Dat was altijd zo als Borre en zijn bende het op hem gemunt hadden. Ik haat ze! Ook al heb ik zelf geen last van ze. Ik deed alsof ik het niet zat, want ik wilde helemaal niet weg. Niet die avond.’

Yvette

‘Hij was een knappe kerel’, zeg ik tegen Lies. Ze zegt niets terug.
‘We missen vier dingen: de witte sweater met blauwe horizontale strepen, het linnen hemdje dat hij er altijd onder droeg, zijn donkerste 501, en zijn korte fluwelen jasje.’
Ik smaak de tranen in mijn woorden.
Lies slaat haar armen om me heen en ik huil zonder geluid, als in een stomme film.

Buiten hoor ik Daniëls verdriet in elke doffe slag. 

 

 

 

 

Mijn bed is een boot (2001)  

Mijn bed is een boot
Uitgegeven bij Altiora-Averbode
Thema: afscheid nemen, rouwen, fantasie
Omslagillustratie: Leo Timmers
Doelgroep: 9+
ISBN 90-317-1761-4
88 pagina’s

Tijs en zijn mama maken een ingebeelde reis. Een reis naar vroeger toen Tijs' vader nog leefde. Maar mama is niet blij met de reis. Ze wil in haar nieuwe huis met haar nieuwe vriend blijven en wachten op de baby. Maar Tijs dwingt haar toch mee te gaan. Het wordt een onvergetelijke tocht tussen lakens en woorden die eindelijk uitgesproken worden.
Mijn bed is een boot gaat ook over thuiskomen en vroeger af en toe vergeten...  
 

Fragment:

‘Goed, wat zal ik vertellen?’ vraagt mama.
Ik zeg niks. Ik doe alsof ik nadenk, met rimpels in mijn voorhoofd. Maar ik weet allang wat ik wil dat ze vertelt.
Mama gaat nerveus verzitten. Ik zie haar een snelle blik op mijn wekkerradio werpen.
‘Ga maar naar beneden’, zeg ik. ‘Straks komt Wim.’ En ik draai me op mijn zij, trek het laken tot over mijn oor.
‘Nee…’
‘Je hebt toch weer geen tijd!’ snauw ik.
‘Weer geen tijd, weer geen tijd. Ik heb de laatste dagen hopen werk gehad. De babykamer moest klaar! Als je dat bedoelt.’
‘Juist, de babykamer’, mompel ik.
‘We konden het samen doen als je dat wilde. Ik heb het je de hele vakantie voorgesteld. Maar nee, je sloot je hier liever op. En nu heb ik het in zeven haasten samen met Wim en soms helemaal alleen kunnen doen. De baby kan nu elk moment…’
‘Zwijg over die stomme baby’, zeg ik.
Alleen ‘zwijg’ heeft ze gehoord. De rest fluisterde ik met mijn hoofd onder het laken. Het is de eerste keer dat ik het woord uitspreek. Het laat een vreemde smaak na.
‘Tijs’, hoor ik haar zeggen. Ze huilt. Ze raakt mijn schouder aan.
Misschien heeft ze het toch helemaal gehoord.
‘Laat me met rust.’
Ze laat mijn schouder los.
‘We moeten praten.’
‘We zijn aan het praten.’
‘Nee, dat doen we niet!’ Ze roept en trekt mijn laken naar beneden. ‘Hoe kan ik nou met je praten als ik niet naar je kan kijken?’
‘Je kijkt al meer dan een jaar niet meer naar me om!’ Ik trek het laken weer over mijn hoofd.
Zepos komt me kopjes geven. Hij weet zich geen raad met zoveel woede.
Mama zwijgt. Ik denk dat ze zelfs haar adem inhoudt. Hopelijk niet te lang. Zou de baby zoiets voelen?
Ik hoor mijn hart in mijn kussen kloppen.

 

Mijn hondenjongen (2002)

Thema: nieuw leven opbouwen, nieuwe plek, verliefdheid, ADHD, nieuw samengesteld gezin.Mijn hondenjongen door Do Van ranst
Omslagillustratie: Jan Bosschaert
Doelgroep: 12+
ISBN 90-317-1842-4
132 pagina’s

Dit boek won de Provinciale Prijs Letterkunde 2003 en de Kinder- en Jeugdjuryprijs 2004

Vicky en Bloem. Moeder en dochter. Twee vriendinnen ook.
Ze gaan in een droomhuis aan zee wonen. Eerst herontdekken ze elkaar weer na enkele moeilijke jaren. Later leren ze elk een man kennen. Bloem leert Kerel kennen. Een nukkige, ietwat sombere jongen die vroeger in het huis aan zee woonde en beter met honden dan met mensen opschiet.
Vicky ontmoet Ralf. Een charmante, niet onaardige arts die bijna Kerels stiefvader was.
Wat is er tussen Kerel en Ralf gebeurd dat het voor zoveel spanningen tussen Bloem en Vicky zorgt? En wat hebben die grote, zachte honden ermee te maken? 

Fragment:

… zonder een woord te zeggen holde hij naar het water, op de hielen gezeten door de hond.
‘Hé!’ riep Bloem nog. Maar het had geen zin. ‘Ach’, zuchtte ze, en ze deed haar schoenen, broek en T-shirt uit, gooide die op het stapeltje kleren van Kerel.
Hij stond in het kniehoge water, voorovergebogen, Luna uit te dagen zoals daarvoor. Luna zwom een eindje tegen de stroming in. Kerel streek met beide handen zijn natte haar plat achterover en toen pas zag hij Bloem in bikini dichterbij komen. Hij lachte. Maar hij keek toch vooral.
Bloem voelde zich bloter dan ze was.
‘Mag Luna zich straks droogschudden?’ riep hij.
‘Je laat het!’ riep ze terug.
Ze zwom Kerel voorbij, tot een punt waar ze de grond niet meer raakte.
Kerel volgde haar, en Luna ook.
Ik heb je liggen, mannetje, dacht Bloem.
‘Heeelp!’ riep ze. Ze liet zich helemaal onder water zakken. Alleen haar armen dreven boven.
Ze voelde Kerels handen onder haar oksels. In één beweging trok hij haar in zijn armen. Hij droeg haar op het droge terwijl zij haar ogen dichthield, alsof ze bewusteloos was. Maar dan wel met een glimlach om de lippen.
Ze voelde hoe hij haar zachtjes op het zand legde en hoe hij zijn mond op de hare drukte. Alsof hij haar echt wou redden. Maar dan wel met zijn tong tussen haar tanden. En met zijn hand op haar ene dij.
Bloem opende haar ogen. Ze zag dat die van Kerel gesloten waren. Hij ademde wel een stuk onrustiger dan daarnet. Luna lag dan ook een heel eind verderop toe te zien.
Bloem sloot haar ogen weer, drukte haar tong tegen zijn tong en zoog zijn lippen een beetje naar binnen.
Ze smaakten naar zee.

 

 

Terug naar boekenoverzicht

 

© www.dovanranst.co