Uitgegeven bij Davidsfonds-Infodok
Thema: Gezin, broer en zus, schizofrenie, anders zijn.
Omslagillustratie: Daniël Peetermans
Binnenillustraties: (collages) Daniël Peetermans
Doelgroep: 15+
ISBN 978-9059-0824-41
65 pagina’s
Mijn moeder liep niet alleen uit de hand. Ze at er ook uit. Apennoten, kattenkorrels, zangzaad.
Zolang ze maar niet gaat vliegen, had mijn vader een keer gezegd. Zolang ze maar niet uit een boom springt, of van het dak valt.
Een week voor ze het echt deed, zei hij dat. ‘Ik houd mijn hart vast’, zei hij. En hij nam mijn broer en mij stevig in zijn armen, alsof wij zijn hart waren. Dat was een fijn moment. ZANGZAAD.
We hadden het moeten zien aankomen. Ze at zangzaad, die morgen.
Livio en Dakota. Broer en zus. Wereldreiziger en wildebras. Elk met hun eigen herinneringen. Elk met hun eigen versie. Over hun moeder en de dieren en de dingen die ze was.
Met Zangzaad regisseert DO VAN RANST een krachtig en intrigerend verhaal. Met originele monologen en dialogen zet hij de personages Livio en Dakota op scène. Een verrassende adolescentenroman over broers en zussen, over anders zijn, over liefde en haat, over realiteit en verzinsel. Want iedereen is op zijn manier een beetje gek.
Fragment:
‘Kom’, zei ik. Marit en Wim en Elke volgden me. Vond ik best knap van mezelf. Ik voelde dat ik veel ging durven.
Nog voor ik goed bij hem stond tilde ik mijn voet al op en plantte die megahard op zijn linker. Hij riep want het deed zeer. Ik had zware schoenen aan. Mijn zwaarste, alsof ik het allemaal had voorbereid.
De anderen volgden meteen mijn voorbeeld. Eén voor één trapte we op zijn tenen. Jorin sprong op en neer om onze stampende schoenen te ontwijken. Het leek op een indianendans. Maar dan plomp en zonder iets dat nog maar van veraf leek op ritme.
Uiteindelijk liep hij van ons weg maar we volgden hem. We gierden het uit van de pret om zijn beduusde gezicht. Hij vroeg zich natuurlijk af waarom we dit deden. Ik bedacht dat hij het misschien leuk vond. De aandacht. Dat wij achter hem liepen terwijl we dat anders nooit deden. We liepen normaal gezien in een brede boog om hem heen. En nu.
Hij lachte, Jorin.
Het was alsof we ons in een soort roes bevonden. Dat hollen van hem en wij erachteraan. Ik zag hoe zijn gezicht zwol en het zweet van zijn slapen naar zijn nek liep. Hoe langer we liepen hoe meer zweet ik zag.
Opeens had ik met hem te doen. Omdat hij dat niet mocht, zweten. Hollen ook niet. Maar zweten al helemaal niet.
Ik denk dat het juist daarom was dat ik niet meer van ophouden wist. Ik hoorde en voelde achter en naast me hoe de anderen gestopt waren met Jorin op te jagen. Alleen ik deed verder, maar dat kwam door mijn medelijden. Ik zou dit afmaken. Er zou geen zweet meer te zien zijn. Ik dreef Jorin in het nauw tussen de toiletten en de zijmuur van de fietsenstalling. Hij lachte nog steeds. Van zo dichtbij zag ik dat het alleen maar een akelige trek om zijn mond was die van veraf alleen maar leek op lachen.
Ik zei geen woord omdat ik niet wist of ik daarop iets moést zeggen, maar stompte loeihard met mijn hak op alle vijf zijn tenen. Zijn gezicht verkrampte maar er kwam geen geluid uit. Ik deed het nog een keer en nog een keer en misschien zelfs nog een keer. Maar ik bleef zweet zien. En dat mocht niet.
Ik legde mijn hand met opengesperde vingers op zijn aangezicht, met zijn neus in mijn handpalm. Zijn bril schoof van zijn neus, raakte mijn knie en viel op de grond. Ik voelde zijn adem, zwaar en warm in mijn hand. Ik dacht dat hij mij misschien ging bijten als ik niet oplette. In een beweging duwde ik zijn hoofd tegen de muur van de galerij. Enkele keren na elkaar. Tot ik het bloed zag dat van zijn achterhoofd langs zijn nek op zijn T.shirt liep, in fijne lichtrode draadjes. Het was bloed. Geen oud zweet. Ik had mijn taak volbracht, dacht ik.
Het is ergens in die pauze, tussen het treiterige trappen en Jorins bloed, dat mijn moeder gestorven is.
Mijn moeder was gek.
Ze was nog gekker dan Jorin en het stomme plan om hem een lesje te leren.
Ze dacht dat ze een vogel was, die ochtend toen ze haar vonden op het voetpad voor ons huis. Mijn moeder. Ze had haar slaapkleed nog aan en mijn onderbroek van Tweety. Alsof ze geloofde dat die zou helpen met vliegen. Die vatsige vogel in zijn kooi. Mijn onderbroek!
Het collectief Dirk, Lut, Marjolein en Kris speelden Zangzaad. Dit op 13 juli 2008 op Spots op West!
Toneelgroep Reintje uit Hoeilaart bracht een eigenzinnige toneelbewerking van Zangzaad:

|