Uitgegeven bij Davidsfonds-Infodok
Thema: Theater, verliefdheid, vriendschap, alternatief zijn, straattheater, opzoek naar jezelf.
Omslagillustratie: Mark Janssen
Doelgroep: 10+
ISBN 90-5908-169-2
126 pagina’s
Na Zeven zinnen en een zoen en Een pruik en paarse lippen gaat Dina opnieuw een toneelavontuur tegemoet.
Deze keer mag ze zelfs schitteren in de Stadsschouwburg. Nochtans heeft mama het er knap lastig mee. Het gaat plots allemaal zo snel voor haar.
Flauwekul, vindt Dina. En van de mensen die haar voortdurend met zus blijven vergelijken, heeft ze ook meer dan genoeg. Zij is toch gewoon zichzelf!
Tegen Marlowies, die het erg druk heeft met een missverkiezing, vertelt ze maar beter even niet dat ze de rol van verschrikkelijke Juta maar wel van een lieve meid voor haar rekening neemt. En tegen Senne, die de vereniging van zijn moeder verlaat om eindelijk op eigen benen te staan, vertelt ze dat haar zus er niets mee te maken heeft dat ze op het podium van de schouwburg mag acteren. Enkele piepkleine leugentjes stapelen zich op…
Gelukkig is er nog altijd Martijn die haar, zoals steeds, helpt met haar tekst. Maar dan moet hij wel wat vaker thuis zijn en niet steeds in het shoppingcenter rond Marlowies hangen!
Uiteindelijk is het Senne die Dina wel eens zal leren wat jezelf zijn is. Want volgens hem is dat eigenwijs zijn en alternatief en vooral dreadlocks hebben.
Door hem gaat voor Dina een heel nieuwe toneelwereld open die perfect bij vieze kleren, storm, en haar in koekjes past.
Maar past het ook bij Dina?
Fragment:
Lief dagboek,
Vandaag regende het pijpenstelen! Toch zijn we met zijn allen naar het Open air Theaterfestival getrokken. Marlowies en ik, Martijn, mijn zus en Lex, zelfs mama en papa gingen mee.
We waren al nat tot op onze huid toen we nog maar honderd meter gelopen hadden.
Mama zei dat we beter teruggingen maar papa vond dat flauw en uiteindelijk wilde mama niet onderdoen. Maar al bij het eerste café dat we tegenkwamen besloot ze warme chocomelk te gaan drinken.
Ik zei dat ik nog even verder wilde kijken, dat ik wel terug zou komen. Maar dat ik eerst nog iets wilde controleren.
Marlowies wilde weten wat en ging met me mee.
Zie je wel, dacht ik eerst. Podium veertien, was leeg. ‘Regendans’ stond er op een bordje te lezen. Dat vond ik wel een geschikte naam.
Marlowies en ik gingen er zitten, we werden drijfnat maar ik moest haar vertellen over Senne. Toen ik haar vroeg of zij misschien wist wat een ziel was, zei ze dat mensen dat woord zo makkelijk gebruiken, zonder te weten wat het is. Zoals liefde en vriendschap zei ze. Dat waren ook zo woorden. We keken naar elkaar alsof wij dat woord wél kenden, alsof wij het uitgevonden hadden.
‘Met hart en ziel ergens voor gaan’, zei ze. En ik knikte, dat deden wij toch wel, vond ik.
We gingen nog een eindje verder, omdat ik dat wilde. Nat waren we toch al.
Aan het einde van het plein stond een drommetje mensen onder paraplu’s en in regenjasjes.
Op podium twintig stond een jongen met kegels en balletjes te gooien. Hij had een berenbroek aan en sandalen en een trui met vieze vegen. En hij had dreadlocks. Ze waren misschien nep, maar het zag er super eigenwijs uit.
‘Dat is Senne’, zei ik tegen Marlowies.
Toen hij klaar was, ging hij met een hoed rond.
‘Je ziet er geweldig uit, zei Senne. Hij wees naar de plaid om mijn middel. Ik keek naar omlaag en moest erom lachen. De hakjes waren er erg fout bij maar Marlowies stond erop dat we ze allebei zouden dragen, hondenweer of niet.
We zegden tegen Senne dat we nu geen geld mee hadden, dat onze ouders wat verderop in het café zaten en dat we wat centen gingen halen.
Senne vond het best. Er hing een regendruppel aan zijn neus.
X, je Dina
(Hoge hakken en een hoed verscheen in 2008 gebundeld met de drie andere Dina-verhalen in ‘Dit is Dina!’ Zie verderop…) |