Thema: nieuw leven opbouwen, nieuwe plek, verliefdheid, ADHD, nieuw samengesteld gezin.
Omslagillustratie: Jan Bosschaert
Doelgroep: 12+
ISBN 90-317-1842-4
132 pagina’s
Dit boek won de Provinciale Prijs Letterkunde 2003 en de Kinder- en Jeugdjuryprijs 2004
Vicky en Bloem. Moeder en dochter. Twee vriendinnen ook.
Ze gaan in een droomhuis aan zee wonen. Eerst herontdekken ze elkaar weer na enkele moeilijke jaren. Later leren ze elk een man kennen. Bloem leert Kerel kennen. Een nukkige, ietwat sombere jongen die vroeger in het huis aan zee woonde en beter met honden dan met mensen opschiet.
Vicky ontmoet Ralf. Een charmante, niet onaardige arts die bijna Kerels stiefvader was.
Wat is er tussen Kerel en Ralf gebeurd dat het voor zoveel spanningen tussen Bloem en Vicky zorgt? En wat hebben die grote, zachte honden ermee te maken?
Fragment:
… zonder een woord te zeggen holde hij naar het water, op de hielen gezeten door de hond.
‘Hé!’ riep Bloem nog. Maar het had geen zin. ‘Ach’, zuchtte ze, en ze deed haar schoenen, broek en T-shirt uit, gooide die op het stapeltje kleren van Kerel.
Hij stond in het kniehoge water, voorovergebogen, Luna uit te dagen zoals daarvoor. Luna zwom een eindje tegen de stroming in. Kerel streek met beide handen zijn natte haar plat achterover en toen pas zag hij Bloem in bikini dichterbij komen. Hij lachte. Maar hij keek toch vooral.
Bloem voelde zich bloter dan ze was.
‘Mag Luna zich straks droogschudden?’ riep hij.
‘Je laat het!’ riep ze terug.
Ze zwom Kerel voorbij, tot een punt waar ze de grond niet meer raakte.
Kerel volgde haar, en Luna ook.
Ik heb je liggen, mannetje, dacht Bloem.
‘Heeelp!’ riep ze. Ze liet zich helemaal onder water zakken. Alleen haar armen dreven boven.
Ze voelde Kerels handen onder haar oksels. In één beweging trok hij haar in zijn armen. Hij droeg haar op het droge terwijl zij haar ogen dichthield, alsof ze bewusteloos was. Maar dan wel met een glimlach om de lippen.
Ze voelde hoe hij haar zachtjes op het zand legde en hoe hij zijn mond op de hare drukte. Alsof hij haar echt wou redden. Maar dan wel met zijn tong tussen haar tanden. En met zijn hand op haar ene dij.
Bloem opende haar ogen. Ze zag dat die van Kerel gesloten waren. Hij ademde wel een stuk onrustiger dan daarnet. Luna lag dan ook een heel eind verderop toe te zien.
Bloem sloot haar ogen weer, drukte haar tong tegen zijn tong en zoog zijn lippen een beetje naar binnen.
Ze smaakten naar zee. |