1999
| Boomhuttentijd - Jeugdroman |
Uitgegeven bij Altiora-Averbode Net wanneer vader meer tijd voor hem heeft en de belofte van wel drie jaar geledengaat nakomen, stopt het leven van Thomas. Iedereen in huis gaat op een andere manier met dat verlies om. Moeder vecht tegen de slaap, bekijkt zijn foto’s en leest de boeken die hij las. Fragment: Lies ‘Ik weet niet meer op welke liedjes we dansten’, zei Robin. ‘Toen ik eindelijk terug naast Thomas aan de bar ging zitten, was ik helemaal ondersteboven. “Ze ruikt naar de bloemen bij mijn oma in de tuin”, zei ik opgewonden, en hij glimlachte even. Toen merkte hij koeltjes op dat hij niet wist hoe de bloemen bij mijn oma geurden. Ondertussen kwamen er nog een paar jongens uit onze klas aan de bar zitten. De etters. Ze maakten een hels kabaal, en ik zag de onrust in Thomas’ ogen. Ik wist wat er komen ging. Borre keek heel de tijd uitdagend naar Thomas. Thomas deed alsof hij het niet zag en frunnikte zenuwachtig aan een bierviltje. Maar liefst van al wilde hij weg. Dat was altijd zo als Borre en zijn bende het op hem gemunt hadden. Ik haat ze! Ook al heb ik zelf geen last van ze. Ik deed alsof ik het niet zat, want ik wilde helemaal niet weg. Niet die avond.’ Yvette ‘Hij was een knappe kerel’, zeg ik tegen Lies. Ze zegt niets terug. Buiten hoor ik Daniëls verdriet in elke doffe slag. Van ‘Boomhuttentijd’ is er ook een theaterversie die door ‘OverstekendWild’ gecreëerd werd, in een regie van Do Van Ranst. Voorstellingen op 20, 21, 22, 26 en 27 mei 2006.
|
© www.dovanranst.com | Ontwerp: Sarah Dierick & Do Van Ranst| Webmaster & Lay-outfotografie: Sarah Dierick